Met de oude tram door Lissabon – een ritje terug in de tijd!
- Thijs Marleen

- 21 mei 2025
- 3 minuten om te lezen
Lissabon begint haar dag langzaam. De zon kruipt over de heuvels, de geur van koffie en gebak zweeft tussen de gevels, en dan hoor ik het: een vertrouwd gerinkel in de verte. Daar komt hij aan — een van die iconische gele trams. Klein, oud, krakend en vol karakter. Ik spring op Tram 28, samen met een handvol toeristen. Ga je mee voor een ritje?

De trams in Lissabon — lokaal eléctricos genoemd — rijden al sinds 1901 door de stad. Toen vervingen ze de paardentrams die tot dan toe door de steile straatjes ploeterden (je kunt je voorstellen dat die heuvels voor paarden geen pretje waren). De nieuwe elektrische trams waren een technologische sprong voorwaarts en pasten verrassend goed in de smalle, bochtige straatjes van de stad.

De bekendste trams zijn de Remodelado-trams, die sinds de jaren '30 in gebruik zijn en tot op de dag van vandaag rondrijden — vaak piepend, krakend en vol karakter. Hoewel ze inmiddels zijn aangepast aan de moderne tijd (denk aan betere remmen en elektrische upgrades), hebben ze hun charmante, houten interieur en klassieke uiterlijk behouden. Alsof je in een rijdende ansichtkaart stapt.

Tegenwoordig zijn ze niet meer de snelste of meest efficiënte manier van vervoer, maar wel de leukste. Zowel locals als toeristen gebruiken ze nog steeds — al zijn sommige lijnen, zoals de beroemde Tram 28, inmiddels vooral een toeristische attractie geworden.
Lissabon zonder trams? Ondenkbaar. Ze zijn niet alleen een vervoermiddel, maar een levend symbool van de stad. En eerlijk is eerlijk: geen enkele elektrische scooter of Uber kan op tegen het gevoel van een rammelende tramrit door een zonovergoten steegje.

Deze trams rijden door de stad en lijken totaal niet ontworpen voor de smalle, steile straatjes van Lissabon. Maar juist dat maakt het magisch. We slingeren door de oude wijken Alfama, Graça en Baixa. Soms zit ik bijna op schoot bij de buurvrouw, soms lijkt het alsof we rakelings langs een gevel schuren. Elke bocht piept en kraakt, en bij elk uitzicht slaak ik een kleine zucht van bewondering.

Binnenin is het simpel: houten bankjes, een rammelende vloer en een charmante conducteur die net zo goed een tijdreiziger zou kunnen zijn. Het voelt alsof ik in een rijdend museum zit — maar wel eentje dat me meeneemt naar het echte Lissabon.
Wat deze trams zo bijzonder maakt? Ze zijn meer dan vervoer. Ze zijn Lissabon. Rammelend, karaktervol en een beetje onvoorspelbaar.

Wat me al snel opvalt: niet alle trams in Lissabon zijn geel. Jazeker, de klassieke gele versie is de beroemdste (en het meest Instagrammable, laten we eerlijk zijn), maar er rijden er ook in rood, groen, en zelfs in reclame-uitvoeringen waar je spontaan dorst van krijgt — Coca-Cola, biermerken, chocoladerepen… je zou bijna vergeten dat het om openbaar vervoer gaat en niet om een rijdende snoepautomaat.

De rode trams zijn speciaal voor toeristen, met een ticketprijs waar je even van moet slikken, maar dan krijg je wél een comfy stoel en een audiogids in ruil. De groene variant? Die lijkt rechtstreeks uit een reclame voor muntlimonade te komen — fris, vrolijk en waarschijnlijk net iets milieubewuster (althans, dat hoop ik dan maar).

Wat ik heb geleerd: in Lissabon kun je je tram kiezen op kleur. Geel voor de nostalgie, rood voor de luxe, en alles daar tussenin voor het avontuur. Eén ding is zeker: of hij nu piept in geel of kraakt in knalroze reclame — een ritje met een tram hier is altijd kleurrijk.
Dus als je ooit in Lissabon bent: laat je kaart even liggen, stap in zo’n ouderwetse tram en laat je meevoeren. De stad komt het mooist voorbij als je haar langzaam bekijkt, met het raam open en de zon op je gezicht.
“Sommige steden ontdek je te voet,
Lissabon ontdek je piepend op wielen.”
















Opmerkingen