Het rode en blauwzwarte goud van het bos

Als de vraag gesteld zou worden om de smaak van Zweden terug te brengen tot één enkel ingrediënt, dan zouden dat voor mij zonder twijfel de zurige, maar o zo lekkere vossenbessen zijn. Want wie kan zich ondertussen nog een IKEA bordje gevuld met Zweedse balletjes zonder deze rode vruchtenmoes voorstellen?



Tijdens mijn hiking tochten door midden-Zweden kon ik er niet naast kijken. Langs zowat elk wandelpad in de bos- en heidelandschappen struikel je haast letterlijk en figuurlijk over de bos- en vossenbessen. Op bijna een zesde van het totale Zweedse landoppervlak zijn bessenstruiken terug te vinden, hetgeen jaarlijks kan zorgen voor een goeie 600.000 ton fruit. In principe zou dit genoeg zijn om maar liefst half Europa van de dagelijks wenselijke hoeveelheid vitamine C te voorzien...


En goed nieuws voor wie zelf in het Scandinavische land passeert: aangezien in Zweden ook het oeroude Germaanse allemansrecht van toepassing is, mag je het fruitige lekkers als wandelaar of bezoeker ook zelf van hartelust in het wild plukken!



What's in a name?

Vossenbes heet ook wel lingon in het Zweeds - of voor de biologen onder ons Vaccinium vitis-idaea in het Latijn. Dat lijkt misschien een nieuwtje dat vooral de moeite is voor wetenschappers, maar het interessante is net dat het woord 'vaccinium' een samentrekking is van de woorden 'vacca' (koe) en 'baccinium' (bes). Het kan dus vertaald worden als koeienbes - niet toevallig spreken de Engelstaligen trouwens van cowberry. Blijkbaar hebben mensen al in het verre verleden vastgesteld dat koeien al te graag van deze rode besjes snoepen. Maar in België daarentegen werd al gezien dat ook vooral vossen er dol op zijn. Vandaar dat wij het dan weer hebben over vossenbessen. Het is dus duidelijk een lekkernij die zowel mens als dier kan bekoren...


Wist je trouwens dat het een Zweedse plantkundige was - Carl Linnaeus (1707-1778) - die de tweedelige namen voor planten en dieren (binominale nomenclatuur) in het Latijn ontwikkelde, waardoor het categoriseren ervan heel wat meer systematiek kreeg?

De blauwzwarte bosbes is van hetzelfde kaliber als de vossenbes, groeit ook als aparte besjes aan heel lage struiken en heeft eveneens een felle, maar meer donkere kleur van vruchtvlees (met de nodige plekken in kledij als je morst ...). Alhoewel ook een bes, zijn bosbessen toch anderssoortige bessen dan de iets lichter getinte blauwe bessen die iedereen wel eens in de supermarkt koopt: deze laatste zijn groter, hebben een neutraler vruchtvlees en groeien in trosjes.



Vossenbessen en bosbessen smaken niet alleen verfrissend, maar zijn ook heel erg gezond. Dankzij de verschillende vitamines C, B1, B2, B3, B9, E, K, C en β-caroteen leveren 100 gram bos- of vossenbessen makkelijk 10% van de dagelijkse behoefte aan vitamine. En dat is zeker niet het enige want ze versterken ook ons immuunsysteem en hebben een gunstige werking op de spijsvertering en de urinewegen. Onze verre voorouders gebruikten het sap trouwens ook bij allerlei kwaaltjes zoals buikloop, keelpijn en hoest. In die tijd werden ze zelfs gebruikt als koortsverlagend middel.


Vers hebben de bessen een wrang zure of bittere smaak waardoor deze door de meeste mensen in het beste geval slechts mondjesmaat uit de hand zullen worden gegeten. Maar als je ze kookt met suiker en er vervolgens compote, saus of gelei van maakt is het een lekkernij die zelfs maanden bewaard kan worden in de koelkast. In Zweden worden de vossenbessen veel gegeten bij wild, gevogelte, stoofvlees en natuurlijk ook bij hun typisch Zweedse balletjes. Wellicht een leuk idee om eens te proberen met het kerstdiner in plaats van de meer gebruikelijke veenbessen?



Ik heb echter niet gewacht tot kerstmis om van deze heerlijke bessen te smullen. Tijdens de pittige wandeltocht Halgåleden in de provincie Värmlands län hebben we een lege waterfles volgeplukt met bos- en vossenbessen. Bij aankomst op de camping hebben we de wildgeplukte besjes toch maar eerst héél goed gewassen. Want misschien had er ook wel al eens een vos aan gesnuffeld en hoe mooi ook, zijn dat nu net beestjes die wel eens wat parasieten achterlaten waar mensen behoorlijk ziek van kunnen worden. Altijd eerst even grondig spoelen met water is dus absoluut de boodschap. En dan de pan in met wat suiker eroverheen, omroeren en we hadden in geen tijd een zeer kleurvolle en lekkere rode vruchtensaus voor bij een lekker vanille-ijsje.



29 keer bekeken