Parijs, altijd een goed idee.
- 26 apr
- 9 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 29 apr
Parijs blijft een stad die me telkens opnieuw weet te verrassen. Hoe vaak je er ook komt, er is altijd weer een nieuwe wijk, een verborgen straatje of een onverwacht uitzicht dat je doet stilstaan.
Wie beweert dat je Parijs op een weekend volledig kunt ontdekken, overschat zichzelf én onderschat de stad. Want Parijs laat zich niet vangen in twee dagen. Daarvoor is de Franse hoofdstad veel te rijk aan geschiedenis, sfeer en schoonheid. Toch volstaat een kort weekend perfect om opnieuw verliefd te worden op haar statige boulevards, charmante straatjes en eindeloze elegantie. Met dit tweedaagse reisverhaal neem ik je mee langs nieuwe indrukken, oude klassiekers en verrassende hoekjes van de Lichtstad. Ga je mee wandelen door de straten van Parijs.

Reizen naar Parijs met de Eurostar blijft zonder twijfel een van de aangenaamste manieren om de stad te bereiken. Vanuit Brussel sta je in geen tijd in het hart van de Franse hoofdstad, zonder files, lange wachttijden of luchthavenstress. Comfortabel plaatsnemen, ontspannen genieten van het voorbijglijdende landschap en amper anderhalf uur later aankomen in Gare du Nord: sneller en gemakkelijker wordt het haast niet. Van zodra je uitstapt, voel je meteen de bruisende energie van Parijs en kan het avontuur meteen beginnen.
De gevels van Parijs
Wat me telkens opnieuw treft in Parijs zijn de gevels. Geen straat zonder schoonheid. Balkonnetjes in smeedijzer, hoge ramen, gebeeldhouwde deuren, statige hoekpanden en eindeloze rijen Haussmanngebouwen.
Zelfs wanneer je geen monument bezoekt, volstaat het om simpelweg omhoog te kijken.
Wat Parijs zo onweerstaanbaar maakt, zit niet alleen in haar iconische monumenten, maar net in de eindeloze rijen statige gevels die de stad haar karakter geven. Overal waar je wandelt, word je omringd door elegante Haussmann-gebouwen met hun verfijnde balkons in smeedijzer, hoge ramen en zachte zandkleurige stenen die baden in het licht. Het is een harmonie van lijnen en details die zelfs de gewoonste straat iets bijzonders geeft. Soms versierd met subtiele ornamenten, soms eenvoudig en ingetogen, maar altijd stijlvol. Wie even de tijd neemt om omhoog te kijken, ontdekt dat Parijs eigenlijk één groot openluchtmuseum is van architecturale schoonheid.

Dat “gelijke” en tegelijk zo elegante straatbeeld van Parijs is geen toeval, maar het resultaat van een groots stadsproject uit de 19e eeuw.
Onder keizer Napoleon III kreeg baron Haussmann de opdracht om Parijs grondig te vernieuwen. De stad was toen dicht, onhygiënisch en chaotisch opgebouwd uit smalle middeleeuwse straatjes. Haussmann brak grote delen af en ontwierp een nieuwe stad met brede boulevards, rechte lijnen en een strikte bouwstijl.
Daarbij werden ook duidelijke regels opgelegd voor de gebouwen zelf: een uniforme hoogte (meestal 5 à 7 verdiepingen), dezelfde dakhellingen met zinken daken, en een harmonieuze gevelindeling met balkons op vaste niveaus. Zo ontstond die typische “Haussmann-stijl” die je vandaag nog overal ziet.
Het resultaat is een stad die uitzonderlijk samenhangend oogt: geen willekeurige mix van stijlen, maar een doordachte eenheid waarin elk gebouw deel uitmaakt van een groter geheel. Net dat geeft Parijs zijn herkenbare, bijna filmische elegantie

De Eifeltoren
De Eiffeltoren is misschien wel het bekendste staaltje van Franse ingenieurskunst — letterlijk en figuurlijk. Gebouwd tussen 1887 en 1889 onder leiding van Gustave Eiffel, werd ze opgetrokken uit duizenden zorgvuldig geklonken ijzeren onderdelen, meer bepaald puddelijzer, een voorloper van het moderne staal. Dat materiaal kwam uit verschillende Franse smelterijen, in een tijd waarin de industriële revolutie volop haar stempel drukte op Europa. Wat vandaag zo licht en elegant oogt, was toen een technisch huzarenstuk: alle balken werden apart vervaardigd, naar Parijs gebracht en als een gigantische metalen legpuzzel in elkaar gezet. Oorspronkelijk bedoeld als tijdelijk pronkstuk voor de Wereldtentoonstelling van 1889, groeide de toren uit tot een blijvend symbool van Parijs. En zo staat ze daar nog altijd te schitteren: een luchtige reus van ijzer, ooit industrieel experiment, vandaag pure romantiek in staal.

En ergens onderweg hebben wij er eerlijk gezegd een heel moderne gedachte bij: “Dat zal wel van ArcelorMittal komen.” Klinkt logisch, toch? Grote naam, groot staal, grote toren. Alleen bleek dat even een kleine tijdreisfout te zijn — ArcelorMittal bestond toen nog lang niet. De Eiffeltoren is dus geen product van hedendaagse staalreuzen, maar van 19e-eeuwse Franse smelterijen en vooral heel veel vakmanschap. Misschien nog mooier eigenlijk: geen multinational, maar puur ambacht dat samen één van de beroemdste bouwwerken ter wereld heeft gemaakt.

Notre-Dame herrijst
De Notre-Dame de Paris is zo’n plek in Parijs waar geschiedenis bijna tastbaar wordt. Al sinds de 12e eeuw waakt deze indrukwekkende kathedraal over de Seine, met haar gotische torens, waterspuwers en prachtige glasramen die eeuwen verhalen lijken te fluisteren. Ze heeft koningen zien komen en gaan, revoluties overleefd en talloze bezoekers stil gekregen van bewondering. En toch kreeg zelfs dit icoon in 2019 een harde klap te verwerken, toen een verwoestende brand een groot deel van het dak en de beroemde spits in vlammen deed opgaan. Heel de wereld keek mee, bijna in shock, hoe een stukje erfgoed leek te verdwijnen in rook. Gelukkig werd al snel duidelijk: Parijs zou haar niet laten vallen. Vandaag wordt er met indrukwekkend vakmanschap gewerkt aan haar herstel, en stilaan rijst Notre-Dame weer op — als een feniks in steen, klaar om opnieuw generaties te verwelkomen.
Nu ik opnieuw langs de Notre-Dame loop, sta ik vol verwondering te kijken hoe ver de restauratie al gevorderd is sinds de verwoestende brand.
Montmartre: tussen droom en werkelijkheid
Als organisator van "Les Couleurs de Montmartre" in Sint-Truiden, mag een bezoekje aan de meest iconische buurt van de Franse hoofdstad: Montmartre. natuurlijk niet ontbreken. Een plek vol geschiedenis, kunstenaarsverhalen en romantische steegjes… maar ook een wijk die steeds meer gebukt gaat onder haar eigen succes.

Montmartre was ooit het dorp van kunstenaars, dichters en dromers. Hier leefden en werkten namen als Picasso, Renoir en Toulouse-Lautrec. De wijk ademt nog altijd iets bohemiens uit, met haar kronkelende straatjes, trappen, oude gevels en verborgen pleintjes.

Toch voel ik ook dat de ziel van Montmartre onder druk staat. Op sommige plekken lijkt authenticiteit plaats te hebben gemaakt voor massatoerisme. Het bekende Place du Tertre, ooit het kloppende hart van de kunstenaarswijk, oogt vandaag drukker en commerciëler dan ooit. Waar vroeger schilders in alle rust werkten, domineren nu terrassen, souvenirs en een plein vol plastieken bloemen. De charme is er nog, maar je moet er beter naar zoeken.
Spijtig, want precies dat rauwe en echte maakte Montmartre zo bijzonder.
Dwalen door de straatjes
Wie Montmartre echt wil voelen, laat best de drukste plekken achter zich en verdwijnt in de zijstraatjes. Daar toont de wijk zich van haar mooiste kant.
Smalle geplaveide steegjes, met klimop begroeide muren, kleine binnentuinen en gevels vol karakter. Hier en daar een verborgen atelier, een oude houten deur of een balkon vol bloemen. In deze straten lijkt de tijd even stil te staan.
Ik breng ook een bezoek aan enkele kleine ateliers van lokale kunstenaars. Geen massaproductie voor toeristen, maar mensen die nog met liefde schilderen, boetseren of tekenen. Dáár leeft de geest van het oude Montmartre nog voort.




De Sacré-Cœur: wit baken boven Parijs
Hoog boven de stad troont nog altijd majestueus de Basilique du Sacré-Cœur. De spierwitte basiliek, gebouwd na de Frans-Duitse oorlog van 1870, waakt al meer dan een eeuw over Parijs vanaf de top van de Butte Montmartre.

De klim naar boven blijft de moeite waard. Eenmaal aangekomen word je beloond met een van de mooiste panorama’s over Parijs. De stad strekt zich uit tot aan de horizon, met haar zee van daken, koepels en monumenten.


Binnen in de basiliek heerst een opvallende rust, ondanks de massa bezoekers buiten. Kaarslicht, stilte en indrukwekkende mozaïeken zorgen voor een ingetogen sfeer die contrasteert met de drukte op de trappen ervoor.

Rue des Martyrs: een dorp in de stad
Vanuit Montmartre wandel ik richting Rue des Martyrs, een straat die terecht geliefd is bij Parijzenaars én bezoekers.
Deze levendige straat loopt van het 9e naar het 18e arrondissement en vormt als het ware de toegangspoort naar Montmartre. Met meer dan tweehonderd winkels, speciaalzaken, bakkers, kaaswinkels en restaurants hangt hier een heerlijke sfeer.
Rue des Martyrs voelt niet als een grootstadstraat, maar als een dorp midden in Parijs. Mensen doen er hun boodschappen, praten aan de deur van een winkel, drinken koffie op een terras. Het echte Parijse leven, zonder façade.

La Meringaie: zoete perfectie
Tussen het wandelen door hou ik halt bij La Meringaie, een elegant adresje waar meringue tot kunst wordt verheven.

La Meringaie is een bekende Franse patisserie die volledig gewijd is aan de kunst van de meringue. Het concept werd opgericht in 2015 door twee jeugdvrienden, Benoît de Timary en Alexandre Borderon, die een moderne en verfijnde draai wilden geven aan dit klassieke Franse gebak. In plaats van traditionele taarten centraal te zetten, specialiseert La Meringaie zich in luchtige creaties op basis van krokante meringue, verse slagroom en seizoensfruit. Dankzij hun originele recepten en elegante presentatie groeide de zaak snel uit tot een geliefde plek in Parijs, met meerdere vestigingen. La Meringaie combineert zo Franse pâtisserie traditie met een frisse, eigentijdse stijl.


Luchtige creaties, verfijnde smaken en gebakjes die bijna te mooi zijn om op te eten. Een moment van rust in een bruisende stad, met een koffie erbij en zicht op het Parijse leven dat voorbijglijdt. Zo heb Ik alweer een briljant – en mogelijk licht chaotisch – idee voor mijn volgende meringue-experiment, dus hou Dolce Far Tutto in de gaten, want de volgende blogtekst komt eraan… als de keuken het overleeft.

Louvre en tuinen
Een bezoek aan Parijs blijft ondenkbaar zonder het Louvre. Zelfs al ken je het museum al, de grandeur van het gebouw en de omgeving blijft indrukwekkend. De indrukwekkende gebouwen van Louvre Museum hebben al een heel leven achter de rug. Wat vandaag één van de beroemdste musea ter wereld is, begon in de 12e eeuw als een stevige middeleeuwse vesting, gebouwd door Filips II van Frankrijk om Parijs te beschermen.

Later besloten verschillende koningen dat een fort toch iets te kil was, en het werd omgevormd tot een luxueus paleis. Eeuwenlang werd er verbouwd, uitgebreid en opgesmukt, waardoor gotische, renaissance- en klassieke stijlen gezellig naast elkaar kwamen te staan. Toen Franse Revolutie uitbrak, verhuisden de koningen en kreeg het gebouw een nieuwe bestemming als museum. Sinds 1793 bewonderen bezoekers er kunstschatten uit de hele wereld. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg het Louvre in 1989 ook nog de moderne glazen piramide erbij — een entree die eerst veel discussie veroorzaakte, maar nu net zo iconisch is als het museum zelf.

De piramide heet officieel Louvre Pyramid, in het Frans La Pyramide du Louvre. De glazen piramide van Louvre Pyramid is vandaag één van de bekendste symbolen van Parijs, al was niet iedereen meteen fan toen ze in 1989 werd geopend. De piramide werd ontworpen door architect I. M. Pei in opdracht van president François Mitterrand als nieuwe hoofdingang van het Louvre Museum. Met haar strakke lijnen van glas en metaal vormde ze een opvallend contrast met de historische paleisgevels eromheen, wat destijds flink wat discussie veroorzaakte. Inmiddels kan bijna niemand zich het Louvre nog zonder haar voorstellen. Onder de piramide bevindt zich een ruime ontvangsthal die miljoenen bezoekers per jaar vlotter door het museum leidt. Zo bewijst de piramide dat modern en klassiek soms verrassend goed samen kunnen schitteren.


Ik wandel ook door de omliggende tuinen, waar fonteinen, beelden en perfect onderhouden lanen zorgen voor rust in het hart van de stad. Jardin des Tuileries, de beroemde tuinen naast het Louvre Museum in Parijs, behoren tot de oudste en meest elegante openbare parken van de stad. De tuin werd in 1564 aangelegd in opdracht van Catharina de' Medici als privétuin bij haar paleis. In de 17e eeuw gaf landschapsarchitect André Le Nôtre de Tuilerieën hun strakke symmetrische vorm, met brede lanen, vijvers en perfect aangelegde perken, zoals we die vandaag nog kennen. Na de Franse Revolutie werden de tuinen opengesteld voor het publiek en groeiden ze uit tot een geliefde plek voor wandelaars, kunstenaars en bezoekers van over de hele wereld. Vandaag vormen de Tuilerieën een groene verbinding tussen het Louvre en de Place de la Concorde.
Voor de lunch en het vieruurtje kies ik Cova Paris, geopend in 2021 en uitgegroeid tot een stijlvolle ontmoetingsplek voor zakenmensen en modeliefhebbers. De service is onberispelijk, de setting elegant en de patisserie ronduit heerlijk.
Bloemenmarkt op Île de la Cité
Ik wandel weer over het Île de la Cité en ik weet al wat er komt, want ik ben hier niet voor het eerst. Toch werkt het elke keer opnieuw: de Marché aux Fleurs Reine-Elizabeth-II doet precies wat ze altijd doet—me verrassen alsof ik haar voor het eerst zie. Nog voor ik echt goed kijk, krijg ik die mix van kleuren en geuren over me heen en merk ik dat mijn mondhoeken alweer omhoog kruipen, zonder dat ik er iets over te zeggen heb.



Ik wandel tussen de kraampjes alsof ik hier hoor te zijn, maar tegelijk ook alsof ik net een klein geheim van Parijs opnieuw ontdek. Bloemen lijken me bijna te herkennen: “Ah, daar ben je weer.” En ik geef eerlijk toe, ik ben hier weer en ik ben weer even verkocht. Het is misschien niet nieuw meer, maar het gevoel blijft vers—een beetje zoals een goed grapje dat nooit oud en afgezaagd wordt.
Deze historische markt bestaat al sinds 1808 en is een vaste waarde in Parijs. Ooit was het een openluchtmarkt, later groeide ze uit tot een geliefde plek waar bloemen, planten en kleur de stad doen oplichten.

Tot snel, Parijs. Niet omdat ik alles al gezien heb, maar juist omdat er altijd nog iets nieuws te ontdekken valt. Een onbekend straatje, een stil terras, het gouden licht langs de Seine of gewoon dat gevoel dat alleen deze stad kan oproepen. Parijs laat je nooit helemaal los — en misschien is dat precies haar grootste charme.
En daarom weet ik nu al: ik kom terug.





















































Opmerkingen